Locatie: Kloosterlaan, Huissen. In de nabijheid.
GPS: 51°56'7.4"N 5°56'29.8"O
Je zou het tegenwoordig niet zeggen, maar Huissen is een
volwaardige stad met stadsrechten. Huissen kan dan ook bogen op een
eerbiedwaardige geschiedenis.
Hosenheim
Huissen is vanaf de Romeinse Tijd doorlopend bewoond. Eerst in de
vorm van een paar boerderijen, later als een nederzetting die in
814 wordt vermeld onder de naam Hosenheim. In de 10e eeuw werden
bij Huissen twee versterkingen gebouwd: de Grote Toren, die
eeuwenlang het silhouet van Huissen bepaalde, en de Dannenberg, een
tufstenen rechthoekige burcht.
Stadsrechten
Huissen maakte in de Late Middeleeuwen deel uit van het graafschap
(en later hertogdom) Kleef. De Kleefse graven gingen tol heffen op
de Rijn, waar ze ook een burcht bouwden. Al spoedig ontstond
daarnaast ook bewoning. Langzaam verschoof het zwaartepunt van
Huissen naar deze nieuwe handelsnederzetting, die op de plek ligt
van het huidige centrum. Graaf Dirk IX van Kleef schonk Huissen
rond 1319 stadsrechten.
Oorlogen
Huissen heeft zijn bijzondere status te danken aan de strategische
ligging. Het was een vooruitgeschoven Kleefse post te midden van
Gelders grondgebied. Maar door die positie heeft Huissen ook veel
te lijden gehad van alle oorlogen tussen Kleef en Gelre. In 1502
werd de stad een maand lang belegerd door de troepen van hertog
Karel van Gelre. Een Kleefs leger versloeg de Geldersen echter op
26 juni 1502. Deze heuglijke gebeurtenis wordt nog jaarlijks
herdacht.
Pruissen
In 1609 stierf de laatste hertog van Kleef. Na een korte periode
van onzekerheid kwam het land van Kleef en dus ook Huissen in het
bezit van Brandenburg, en later Pruissen. Huissen werd daarmee
bestuurd vanuit Berlijn. Door de buitenlandse politiek van Pruissen
raakte de stad echter economisch geïsoleerd. Wat ook al niet
meewerkte, is dat de Rijn haar loop had verlegd. De stad lag niet
meer direct aan de rivier. Toen Huissen op 1 juni 1816 Nederlands
werd, was de stad straatarm. Gelukkig heeft Huissen zich daarna
behoorlijk hersteld, mede dankzij de landbouw en de
steenfabricage.