Locatie: Bijlandseweg, Tolkamer. Ingang parkeerplaats
recreatieplas.
GPS: 51°51'45.9"N 6°4'40.4"O
Castellum Carvium
Op de plek van de huidige recreatieplas De Bijland lag in de
Romeinse tijd hoogstwaarschijnlijk een grensfort: een castellum. Er
kleeft iets mysterieus aan het fort. Het is namelijk niet te vinden
in Romeinse literaire bronnen zoals de Peutingerkaart, de befaamde
Romeinse reiskaart. Waarom wij toch het bestaan van een castellum
vermoeden? Dat komt door de vele ‐ vooral militaire - voorwerpen
die gevonden zijn tijdens het uitbaggeren van de voormalige
Bylandsche Waard in de 20e eeuw.
Legio I Germanica
Een van de topstukken die is gevonden, is een verzilverde
zwaardschede van een centurio van Legio I Germanica. Het Legio
Germanica was een legioen dat in de 1e eeuw de limes, de grens van
het rijk, in onze regio moest verdedigen. Tijdens de Bataafse
Opstand onder leiding van Julius Civilis koos het legioen de zijde
van Civilis. Na afloop van de opstand strafte keizer Vespasianus de
overlopers door het legioen te ontbinden: Legio I Germanica hield
op te bestaan.
Fort aan de dam
Het castellum droeg de naam 'Carvium'. Dat weten we door de
inscriptie op een grafsteen die hier is gevonden. Deze grafsteen is
van Marcus Mallius, een legionair van het Eerste Legioen. Mallius
is volgens de tekst begraven te Carvium ad molem, wat 'aan de dam'
betekent.
Vermoedelijk is dit dezelfde dam die veldheer Drusus vlak voor het
begin van de jaartelling liet aanbrengen op de splitsing van Rijn
en Waal, om meer water door de Rijn te laten stromen. De
geschiedschrijver Tacitus meldt hoe Julius Civilis de dam in het
jaar 70 vernielde. Het castellum was in functie tot het jaar 275.
Mogelijk was het ook in de vierde eeuw in gebruik.
Het lijkt in eerste instantie verwarrend dat Carvium op de
rechteroever van de Rijn ligt. Dat was immers vijandelijk gebied.
Maar vroeger stroomden de Waal en de Rijn via een andere route.
Twee eeuwen geleden nog lag de splitsing van Rijn en Waal een flink
eind naar het oosten en stroomde de Waal ten noorden van de huidige
vindplaats.